Opleidingsopbouw Skiën - snowboarden

In de opleiding zit veel praktijk: je gaat veel skiën en snowboarden. Je leert daarbinnen de basisvaardigheden die belangrijk zijn voor het lesgeven: kennis van de bewegingsleer, het menselijk lichaam, het analyseren van jezelf en anderen, het organiseren van sneeuwsportactiviteiten, etc.

Daarnaast ga je ondersteunende kennis en vaardigheden ontwikkelen: kennis van materiaal, Medical First Aid voor skileraren, communicatietraining, opvangen en begeleiden van klanten etc.

De typische MBO vakken worden zoveel mogelijk sneeuwsportgericht aangeboden. Dat betekent dat bijvoorbeeld het leren van een vreemde taal (engels of duits) zoveel mogelijk in de praktijk (tijdens opleiding en stage) plaats vindt. Vandaar dat een deel van de opleiding in het Duits en Engels gegeven wordt. Ook tijdens de stage wordt vaak in deze talen gecommuniceerd. Een hoog beginniveau voor talen is niet noodzakelijk. Doordat er continu aandacht en ruimte is voor het ontwikkelen van taal, gaat het bijna vanzelf.

Image

De opbouw:

Als trainee is het leren functioneren als leraar binnen de skischool het doel. Bij de stage ligt het accent op het assisteren bij het lesgeven. Gewoonlijk wordt er door de meeste studenten minimaal een maand bij een Oostenrijkse skischool stage gelopen. Het diploma NSL maakt deel uit van het programma.

Als instructeur ga je zelfstandig sneeuwsportactiviteiten aanbieden en organiseren. De meeste studenten lopen 3 tot 4 maanden stage bij een skischool in Oostenrijk. Het diploma Anwärter en Landes 1 maken deel uit van het programma.

Als coördinator geef je les aan specifieke doelgroepen en stuur je collega ski- of snowboardleraren aan. Binnen de stage geef je les, maar ben je tevens verantwoordelijk voor coördinerende werkzaamheden. De stage wordt ook hier meestal 3 tot 4 maanden in Oostenrijk gelopen. De diploma's Alpinkurs en Landes 2 maken deel uit van het programma coördinator.

alt

alt

alt

alt

alt

partners: